Pappa 11-01-2014

Kijkduin

Het is vandaag negen jaar geleden dat pappa overleed. En weer voelt de dag anders dan het jaar ervoor. De zwaarte van de dag wordt ieder jaar minder. Dat is prettig, toch voelt het ook naar.

Het is prettig om opgewekt en met goede zin naar zee te gaan om een groet te brengen aan mijn vader zonder me verloren en eenzaam te voelen, zonder te denken dat ik nog zoveel had willen delen en vragen. Het is fijn om te voelen dat hij toch nog ergens is, niet ongrijpbaar in het luchtledige maar in mij. Het besef dat dit gevoel met het jaar sterker wordt, troost me. Het is fijn om me te realiseren dat ik deze tekst nu schrijf uit mijn eigen naam en dat het geen verhaal is over Rick. Daar is negen jaar voor nodig geweest.

Het is naar, omdat de zwaarte van de dag mij jarenlang dwong om tenminste eenmaal per jaar diep in mijzelf af te dalen om daar te voelen dat pappa er nog was. En hoewel ik weet en voel dat het niet waar is, ben ik soms toch bang dat het loslaten van dit verlies betekent dat ik mijn vader voorgoed kwijt ben.

Advertisements

Ode aan de klaphaak

Image

Een dag nadat met de jaarwisseling de wensballon -nog voordat ik überhaupt een wens had kunnen bedenken- vlam vatte en op de grijze, natgeregende betontegels neerstortte, stuitte ik op de uitvinding van de eeuw (ja, nu al).

Zoiets moois als dit had ik in mijn stoutste dromen niet kunnen bedenken. Laat staan in licht beschonken toestand, terwijl rondom mij handgranaten explodeerden en het afweergeschut probeerde de sterren uit de nachtelijke hemel te jagen. Het is maar goed dat die ballon neerstortte, anders was ik dit kleinood vast en zeker niet tegen lijf gelopen.

Met mijn zusje was ik in een grote, Zweedse meubelgigant vol praktisch vernuft  voor in de beperkte, zeer beperkte en extreem beperkte ruimte. Toen we daar rondliepen, viel mijn oog op een roestvrijstalen sieraad. Een ander woord heb ik er gewoonweg niet voor. Schitterend in al zijn eenvoud, de klaphaak.

Gewoonlijk heb ik een bloedhekel aan haken. Een haakje aan de muur neemt namelijk toch snel een kubieke centimeter ruimte in beslag en er zijn zelfs haken die een veelvoud daarvan nodig hebben voor het vervullen van hun taak!
Nu vind ik dat op zich niet zo’n groot probleem wanneer er daadwerkelijk iets aan het haakje hangt. Mijn jas  bijvoorbeeld, nadat ik thuisgekomen ben.  Of misschien mijn tas, wanneer het een wat robuuster uitgevoerde variant betreft.  Maar een groot deel van de dag, wanneer ik niet thuis ben, hangt dat haakje daar maar zinloos ruimte te vullen: doodzonde!

Maar toen was daar Sarah Grönvall, mijn heldin! Zij ontwierp de klaphaak. De eerste haak die de ruimte niet zinloos vult. Nadat je je tas of jas van het haakje gehaald hebt, klap je het met één eenvoudige handbeweging in (wel even uitkijken dat je vingers er niet tussen komen). En hop, 3 kubieke centimeter  terreinwinst. Ik zeg: “Sarah, je bent GENIAAL!! “